Waarom digitale soevereiniteit nu telt
Digitale soevereiniteit is in 2026 geen technisch detail meer, maar een strategisch vraagstuk dat direct raakt aan continuïteit, compliance en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Dat blijkt uit recent onderzoek van Uniserver onder ruim duizend IT-(mede)beslissers in Nederland.
Het onderzoek laat zien dat organisaties steeds bewuster kijken naar waar hun data staat, onder welke wetgeving deze valt en welke partijen toegang hebben tot hun digitale infrastructuur. Die combinatie bepaalt in toenemende mate hoeveel regie organisaties daadwerkelijk hebben over hun digitale kern. In de komende 4 artikelen in deze reeks, gaan we hier dieper op in.
Balanceren tussen innovatie en controle
De onderzoeksresultaten laten een duidelijk spanningsveld zien. Cloud en AI bieden snelheid, schaalbaarheid en nieuwe mogelijkheden, maar grip op data, veiligheid en regelgeving weegt structureel zwaarder dan alleen kostenbesparing of time-to-market.
Veel organisaties willen innoveren, maar niet ten koste van controle. Zo geeft een groot deel aan eerst volledige grip op data en infrastructuur te willen, voordat AI verder wordt opgeschaald. Tegelijkertijd wordt AI binnen veel organisaties nog beperkt en versnipperd ingezet, vaak zonder duidelijke richtlijnen of beleid.
Private en hybride cloud domineren het landschap
Het Uniserver-onderzoek laat zien dat de on-premise-only fase voor de meeste organisaties voorbij is. Private cloud is inmiddels de meest gebruikte vorm van dataopslag, gevolgd door hybride omgevingen waarin private en public cloud worden gecombineerd.
Volledig public cloud en volledig on-premise blijven relevant, maar vormen een duidelijke minderheid. Deze verdeling laat zien dat organisaties bewust zoeken naar een middenweg: modernisering en schaalbaarheid, met behoud van controle over data en infrastructuur.
Datalocatie en jurisdictie blijven bepalend
Fysiek staat data vooral in Nederland en breder in Europa. Tegelijkertijd geeft ongeveer één op de tien organisaties aan dat data (deels) buiten Europa is opgeslagen, met name in de Verenigde Staten.
Dat lijkt vaak een praktische keuze, maar raakt direct aan vragen over jurisdictie en buitenlandse wetgeving. Het onderzoek laat zien dat hier niet altijd volledige duidelijkheid over bestaat. Data kan fysiek in Europa staan, terwijl buitenlandse wetgeving in bepaalde constructies toch van toepassing is. Dat maakt dat datalocatie geen detailkwestie is, maar een strategische afweging.
Vertrouwen in cloudproviders, maar ook zorgen
Het vertrouwen in cloudproviders is groot. IT-beslissers geven aan erop te rekenen dat hun providers zorgen voor veilige opslag, correcte toegang en naleving van Europese wetgeving en sectorale normen. Veel organisaties voelen zich bovendien ondersteund door hun provider bij compliance-vraagstukken.
Tegelijkertijd bestaan er duidelijke zorgen over ongewenste toegang tot data door buitenlandse overheden of inlichtingendiensten. Die combinatie van vertrouwen, aannames en onderliggende zorgen laat zien dat digitale soevereiniteit niet alleen een technische, maar ook een governance- en kennisvraag is.
Digitale autonomie op de strategische agenda
Binnen het Uniserver-onderzoek wordt digitale autonomie gedefinieerd als het vermogen van organisaties om zelf controle te houden over hun IT-omgeving, data en infrastructuur. Dat omvat keuzes rondom datalocatie, wetgeving en partnerselectie.
Een ruime meerderheid van de organisaties geeft aan dat digitale autonomie inmiddels expliciet onderdeel is van de IT-strategie. Internationale en geopolitieke ontwikkelingen versterken deze beweging. Veel organisaties willen minder afhankelijk zijn van buitenlandse aanbieders en zijn bereid extra te investeren om kritieke data onder te brengen in een volledig soevereine omgeving op Nederlandse of Europese bodem.
Obstakels tussen ambitie en uitvoering
Hoewel de ambitie helder is, blijkt de weg naar digitale soevereiniteit complex. Organisaties noemen vooral complexe wet- en regelgeving, afhankelijkheid van bestaande leveranciers en een gebrek aan interne kennis en capaciteit als belangrijke obstakels.
Ook legacy-systemen, versnipperde data en een beperkt urgentiebesef op bestuursniveau zorgen voor vertraging. Daardoor ontstaat een kloof tussen intentie en realisatie: de wens om meer grip te krijgen is er, maar de concrete stappen zijn niet altijd duidelijk.
Vooruitblik: van cloudstrategie naar AI- en soevereiniteitsstrategie
Richting 2026 verschuift de focus van “naar de cloud gaan” naar “de juiste cloud onder de juiste voorwaarden kiezen”. Organisaties zoeken naar infrastructuurmodellen die modernisering en schaalbaarheid combineren met transparante controle over datalocatie, jurisdictie en toegangsrechten.
In de volgende blog in deze reeks zoomt Uniserver verder in op AI. Het onderzoek laat zien dat de infrastructuurkeuzes van vandaag direct bepalen of AI morgen veilig, compliant en soeverein kan worden ingezet, zeker in het licht van regelgeving als de EU AI Act.
Digitale soevereiniteit ontwikkelt zich daarmee tot een integraal onderdeel van de AI- en datastrategie voor 2026.

